THE WRONG TURN/DE VERKEERDE AFSLAG

This blog will be posted in Dutch first, English please scroll down.


De bevrijding van Raalte en Heino


Het is donderdag 12 april 1945 en rond 08.00 uur maken de Canadese troepen zich gereed om op te trekken naar Raalte en Heino. De startlijn van hun opmars ligt ten zuiden van Raalte bij het buurtschap Ramele. Onderdeel van deze opmars zijn de Sherman tanks van het Sherbrooke Fusiliers Regiment die ondersteuning moeten bieden aan de infanterie-eenheden van de 9e Canadese Infanterie Brigade, onderdeel van de 3e Canadese Infanterie Divisie. Eén van deze Sherman tanks wordt bemand door vier mannen in plaats van de gebruikelijke vijf. Dit betreft Sherman met het nummer CT232450 met als bemanning die dag: Korporaal James Joseph "Jimmie" Gillis (schutter), Trooper Blair Cameron (bestuurder), Trooper James Alexander Morrison (tweede bestuurder en machinegeweer schutter) en Trooper John Raymond Bridges (schutter/operator). De "crew chief" van de tank, Sergeant Hart gaat deze dag met verlof naar Engeland.


De infanterie-eenheden worden bij de diverse squadrons van de Sherbrooke Fusiliers ingedeeld waarbij A-Squadron manschappen van de Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders toebedeeld krijgt. Deze soldaten klimmen op de tanks van de Sherbrooke Fusiliers en bevrijden vervolgens Raalte en stomen verder op naar Heino. Tussen Heino en Raalte worden de Sherman tanks echter opgehouden doordat een brug is opgeblazen ter hoogte van de Beumersbrug. De infanterie klimt van de Sherman tanks af en gaat te voet verder naar Heino terwijl de Sherbrookes moeten wachten tot ze hun weg kunnen vervolgen.


Na enig oponthoud bereiken de Sherbrooke Fusiliers Heino waarbij ze te horen krijgen dat de Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders opgehouden worden aan de noordelijke rand van Heino door fel machinegeweervuur en mortiervuur. De infanterie kan wel wat ondersteuning van de Sherbrooke Fusiliers gebruiken en die schieten hen dan ook letterlijk en figuurlijk te hulp. Twee Shermans krijgen de opdracht van hun commandant om hogere gebouwen onder vuur te nemen, want dit kunnen observatieposten van de Duitsers zijn die daardoor zeer accuraat hun vuur op de Canadezen kunnen leggen.


Uiteindelijk trekken de Duitsers zich terug en klimmen de soldaten van de Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders weer op de tanks om hun weg te vervolgen naar hun doel, de brug over het Overijssels Kanaal bij de Kluinhaarsweg. Daar aangekomen blijkt de brug door de terugtrekkende Duitsers te zijn opgeblazen. De infanterie krijgt de opdracht om defensieve posities aan het Overijssels Kanaal in te nemen en in kleine groepen steken zij het kanaal over.


Ondertussen blijft er één Sherman tank in Heino achter die beide sprockets (tandwielen) moet laten vervangen, de tank van Gillis, Cameron, Bridges en Morrison. Nadat de tandwielen vervangen zijn geven ze via de radio aan hun commandant, Kapitein Marshall, door dat ze onderweg gaan naar de brug over het Overijssels Kanaal. Bij de kruising Zwolseweg met de Dalfserweg nemen ze echter een verkeerde afslag de Zwolseweg op richting Zuthemerweg. Een lokale buurtbewoner, Evert Jonkman, ziet dit gebeuren en springt nog op de weg om de tankbemanning te waarschuwen dat de bossen waar ze op afrijden nog niet gezuiverd zijn van Duitsers. Helaas is het te laat en wordt de Sherman tank uitgeschakeld door een Panzerschreck (bazooka) of Panzerfaust en vliegt in brand.


Kapitein Marshall van A-Squadron probeert contact te krijgen met de Sherman tank, maar krijgt geen gehoor. Hij gaat daarop polshoogte nemen en treft vervolgens brancardiers van de 7e Verkenningseenheid (7th Recce) aan die vertellen dat er één man van de tank is gesneuveld. Kapitein Marshall treft de uitgeschakelde tank op de Zwolseweg aan en ziet op ongeveer 50 meter van de tank het lichaam van Trooper John Raymond Bridges liggen. Kapitein Marshall beschrijft in een rapport dat hij ziet dat Bridges getracht heeft om weg te komen van de brandende tank, maar dat hij door machinegeweervuur is omgekomen. Trooper Bridges wordt begraven in het bijzijn van de militaire aalmoezenier bij de Protestantse kerk in Heino. Tevens krijgt Kapitein Marshall te horen dat Trooper James Alexander Morrison in een eerste hulp post is binnengebracht. Het lot van de andere twee inzittenden, Korporaal Jimmie Gillis en Trooper Blair Cameron is dan nog ongewis. Zij worden dan ook in eerste instantie als "vermist" aangemerkt. 


Later blijkt dat de bestuurder Blair Cameron bij de brandende Shermantank is weggekropen en is opgevangen door de familie Jonkman die aan de Zwolseweg woonachtig is. Anna Jonkman-Ruitenberg verbindt de verwondingen van Cameron met een theedoek.  Het lot van Korporaal Jimmie Gillis is echter nog steeds ongewis, maar vermoedelijk is ook hij in het heetst van de strijd door brancardiers naar een eerste hulppost gebracht. Hij wordt later namelijk zwaar verbrand overgebracht naar een militair hospitaal in Nijmegen waar hij op 19 april 1945, een week na de aanval op de Shermantank, overlijdt aan zijn verwondingen. Gillis wordt begraven op Groesbeek Canadian War Cemetery en zijn maat John Raymond Bridges op Holten Canadian War Cemetery. Troopers James Alexander Morrison en Blair Cameron herstellen van hun verwondingen.


Na de oorlog


Zoon van Evert en Anna Jonkman, Flip Jonkman, is altijd geïnteresseerd geweest in wie de mannen nu waren die in de Sherman tank zaten die door zijn vader gewaarschuwd is voor de Duitsers. Hij doet samen met dorpsgenoten jarenlang onderzoek naar de Canadese soldaten die in Heino zijn gesneuveld die fatale 12e april 1945. Flip Jonkman komt in contact met overlevende Blair Cameron en hij keert uiteindelijk terug naar de plek waar hij heeft moeten vechten voor zijn leven.

 

Het blijkt dat op 12 april 1945 nog enkele soldaten in Heino en omgeving zijn gesneuveld te weten: Private (soldaat) Jack Ewart Hollingshead die diende in de Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders, korporaal Herbert Syvret en Private Brenton Leroy Ringer, beiden diendend in de North Nova Scotia Highlanders. Aangenomen wordt dat zij gesneuveld zijn in de Sherman tank aan de Zwolseweg en op 13 oktober 2021 wordt een monument onthuld aan de Zwolseweg te Heino ter ere van de omgekomen soldaten. De onthulling wordt gedaan door de Canadese Ambassadeur in Nederland samen met Flip Jonkman. De namen van Hollingshead, Syvret, Ringer en Bridges zijn in de gedenksteen gegraveerd en als enige overlevende wordt Blair Cameron's naam in de steen gegrafeerd.


Nieuwe informatie!


In 2025 neemt een familielid van Jimmie Gillis, Tarrah MacPherson uit Canada, contact op met de Stichting D-Day Dodgers. Zij vertelt het verhaal dat haar oom Jimmie op 19 april 1945 in Nederland gesneuveld is en op Groesbeek Canadian War Cemetery begraven ligt. Tevens is zij voornemens om Jimmie's graf te bezoeken in Groesbeek.


De Stichting D-Day Dodgers doet onderzoek naar Jimmie Gillis en het blijkt dat hij op 12 april 1945 in Heino zwaar gewond is geraakt en zware brandwonden over zijn hele lichaam heeft. De war diaries (oorlogsdagboeken) van het Sherbrooke Fusiliers Regiment leveren zeer interessante informatie op omtrent de uitgeschakelde Sherman tank bij Heino. Een bijlage achterin de war diary van april 1945 zit een zogenaamd "after action" rapport van A-Squadron van de Sherbrooke Fusiliers. Hierin wordt beschreven wie op 12 april 1945 de inzittenden van Sherman tank CT232450 zijn en hoe zij in de Duitse hinderlaag op de Zwolseweg zijn geraakt. Ook staat in dit rapport vermeld welke infanterie-eenheden bij de diverse squadrons van de Sherbrooke Fusiliers zijn ingedeeld.


Zoals eerder beschreven blijken de Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders ingedeeld te zijn bij A-Squadron van de Sherbrooke Fusiliers. Vermoedelijk is Private Hollingshead bij de bevrijding van Heino gesneuveld.


Het B-Squadron van de Sherbrooke Fusiliers krijgen de North Nova Scotia Highlanders toebedeeld en het C-Squadron de Highland Light Infantry of Canada. Allen trekken op richting Heino en het Overijssels Kanaal.


Tijdens deze opmars sneuvelen de soldaten Syvret en Ringer net buiten Heino als B-Squadron van de Sherbrooke Fusiliers met ondersteuning van de infanterie van de North Nova Scotia Highlanders een oversteek over het Overijssels Kanaal (door de Canadezen Almelosche Canal genoemd) nabij de Twentseweg bewerkstelligd. Zij worden door Duitse machinegeweer nesten aan de overzijde van het kanaal onder vuur genomen waarbij een "after action" rapport uit het war diary van de North Nova Scotia Highlanders beschrijft dat er twee man van C-compagnie sneuvelen. Dit zijn vermoedelijk Ringer en Syvret.


Alle drie de mannen worden aanvankelijk in Heino begraven nabij waar tegenwoordig de sportvelden van V.V. Heino liggen. Zij worden later herbegraven op Holten Canadian War Cemetery.


De Stichting D-Day Dodgers deelt de nieuw verkregen informatie met Flip Jonkman en besloten wordt dat ook Jimmie Gillis en James Alexander Cameron benoemd moeten worden bij het bestaande monument aangezien zij daar beiden gewond raakten op 12 april 1945. Zoals eerder vermeld overleefd Cameron uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog, maar uit een krantenartikel in een lokale Canadese krant blijkt dat hij jarenlang rondliep met de psychische gevolgen van wat hem overkomen was in Heino. Trooper James Alexander Morrison geneest eveneens van zijn verwondingen en overlijdt op 14 oktober 1986 op 66 jarige leeftijd in Vancouver, British Columbia.  Van hem is helaas vrij weinig bekend.



Onthulling van het nieuwe monument


Op 12 april 2026 is een tweede monument onthuld in het bijzijn van familieleden van Jimmie Gillis, burgemeester Rob Zuidema van de gemeente Raalte, Flip Jonkman, de Stichting D-Day Dodgers en andere belangstellenden. Op dit monument staan de namen van James Alexander Cameron en James Joseph "Jimmie" Gillis benoemd.


ENGLISH:


The Liberation of Raalte and Heino


It is Thursday, April 12, 1945, and around 8:00 AM, Canadian troops are preparing to advance toward Raalte and Heino. The starting line of their advance lies south of Raalte near the hamlet of Ramele. Part of this advance are the Sherman tanks of the Sherbrooke Fusiliers Regiment, which are to provide support to the infantry units of the 9th Canadian Infantry Brigade, part of the 3rd Canadian Infantry Division. One of these Sherman tanks is manned by four men instead of the usual five. This concerns Sherman number CT232450, with the crew that day being: Corporal James Joseph "Jimmie" Gillis (gunner), Trooper Blair Cameron (driver), Trooper James Alexander Morrison (second driver and machine gunner), and Trooper John Raymond Bridges (gunner/operator). The tank's crew chief, Sergeant Hart, is going on leave to England that day. The infantry units are assigned to the various squadrons of the Sherbrooke Fusiliers, with A-Squadron personnel from the Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders being allocated. These soldiers climb onto the Sherbrooke Fusiliers' tanks and subsequently liberate Raalte, advancing further toward Heino. However, between Heino and Raalte, the Sherman tanks are held up because a bridge has been blown up near the Beumersbrug. The infantry dismount from the Sherman tanks and continue on foot toward Heino, while the Sherbrookes have to wait until they can continue their way.


After some delay, the Sherbrooke Fusiliers reach Heino, where they are informed that the Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders are being held up on the northern edge of Heino by heavy machine gun and mortar fire. The infantry could certainly use some support from the Sherbrooke Fusiliers, who come to their aid, both literally and figuratively. Two Shermans are ordered by their commander to fire upon taller buildings, as these could be German observation posts that would allow them to aim their fire at the Canadians with high accuracy.


Eventually, the Germans retreat, and the soldiers of the Stormont, Dundas, and Glengarry Highlanders climb back onto their tanks to continue their way to their objective: the bridge over the Overijssel Canal at Kluinhaarsweg. Upon arrival, it turns out the bridge has been blown up by the retreating Germans. The infantry is ordered to take up defensive positions along the Overijssel Canal, and they cross the canal in small groups.


Meanwhile, one Sherman tank remains behind in Heino to have both sprockets (gears) replaced: the tank belonging to Gillis, Cameron, Bridges, and Morrison. After the gears have been replaced, they report via radio to their commander, Captain Marshall, that they are on their way to the bridge over the Overijssel Canal. However, at the intersection of Zwolseweg and Dalfserweg, they take a wrong turn onto Zwolseweg towards Zuthemerweg. A local resident, Evert Jonkman, witnesses this and jumps onto the road to warn the tank crew that the woods they are heading towards have not yet been cleared of Germans. Unfortunately, it is too late, and the Sherman tank is disabled by a Panzerschreck (bazooka) or Panzerfaust and bursts into flames.


Captain Marshall of A-Squadron attempts to make contact with the Sherman tank but receives no response. He then goes to investigate and finds stretcher bearers from the 7th Reconnaissance Unit (7th Recce) who report that one man from the tank has been killed. Captain Marshall finds the disabled tank on Zwolseweg and sees the body of Trooper John Raymond Bridges lying about 50 meters from the tank. Captain Marshall describes in a report that he saw Bridges attempt to escape from the burning tank, but that he was killed by machine gun fire. Trooper Bridges is buried in the presence of the military chaplain at the Protestant church in Heino. Captain Marshall is also informed that Trooper James Alexander Morrison has been brought to a first aid post. The fate of the other two occupants, Corporal Jimmie Gillis and Trooper Blair Cameron, remains uncertain at this time. Consequently, they are initially listed as "missing."


It later turns out that the driver, Blair Cameron, crawled away from the burning Sherman tank and was taken in by the Jonkman family, who live on Zwolseweg. Anna Jonkman-Ruitenberg bandages Cameron's wounds with a tea towel. However, the fate of Corporal Jimmie Gillis remains uncertain, but he too was presumably taken to a first aid post by stretcher bearers in the heat of battle. He was later transferred, severely burned, to a military hospital in Nijmegen, where he died of his injuries on April 19, 1945, a week after the attack on the Sherman tank. Gillis is buried at Groesbeek Canadian War Cemetery and his comrade John Raymond Bridges at Holten Canadian War Cemetery. Troopers James Alexander Morrison and Blair Cameron recover from their injuries.


After the war


Evert and Anna Jonkman's son, Flip Jonkman, has always been interested in the identities of the men inside the Sherman tank that his father had warned about the Germans. Together with fellow villagers, he spent years researching the Canadian soldiers who fell in Heino on that fateful April 12, 1945. Flip Jonkman came into contact with survivor Blair Cameron and eventually returned to the place where he had to fight for his life.


It turned out that on April 12, 1945, several other soldiers were killed in Heino and the surrounding area, namely: Private Jack Ewart Hollingshead, who served in the Stormont, Dundas and Glengarry Highlanders, and Corporal Herbert Syvret and Private Brenton Leroy Ringer, both serving in the North Nova Scotia Highlanders. It is assumed that they were killed in action in the Sherman tank on the Zwolseweg, and on October 13, 2021, a monument was unveiled on the Zwolseweg in Heino in honor of the fallen soldiers. The unveiling was performed by the Canadian Ambassador to the Netherlands together with Flip Jonkman. The names of Hollingshead, Syvret, Ringer, and Bridges are engraved on the memorial stone, and Blair Cameron's name is engraved on the stone as the sole survivor.


New information!


In 2025, a relative of Jimmie Gillis, Tarrah MacPherson from Canada, contacted the D-Day Dodgers Foundation. She recounted the story that her uncle Jimmie was killed in action in the Netherlands on April 19, 1945, and is buried at Groesbeek Canadian War Cemetery. She also intended to visit Jimmie's grave in Groesbeek. The D-Day Dodgers Foundation is conducting research into Jimmie Gillis, and it appears that he was severely wounded in Heino on April 12, 1945, and sustained severe burns over his entire body. The war diaries of the Sherbrooke Fusiliers Regiment yield very interesting information regarding the disabled Sherman tank near Heino. An appendix at the back of the April 1945 war diary contains a so-called "after action" report from A-Squadron of the Sherbrooke Fusiliers. This describes who the occupants of Sherman tank CT232450 were on April 12, 1945, and how they ended up in the German ambush on the Zwolseweg. This report also lists which infantry units were assigned to the various squadrons of the Sherbrooke Fusiliers.


As described earlier, the Stormont, Dundas, and Glengarry Highlanders appear to be assigned to A-Squadron of the Sherbrooke Fusiliers. Private Hollingshead was presumably killed during the liberation of Heino.


B Squadron of the Sherbrooke Fusiliers is assigned to the North Nova Scotia Highlanders, and C Squadron to the Highland Light Infantry of Canada. All advance towards Heino and the Overijssel Canal.


During this advance, soldiers Syvret and Ringer are killed just outside Heino. B Squadron of the Sherbrooke Fusiliers, supported by infantry from the North Nova Scotia Highlanders, has achieved a crossing of the Overijssel Canal (called the Almelosche Canal by the Canadians) near the Twentseweg. They are fired upon by German machine-gun nests on the opposite side of the canal, and an "after action" report from the war diary of the North Nova Scotia Highlanders describes that two men from C Company are killed. These are presumably Ringer and Syvret. All three men were initially buried in Heino near where the sports fields of V.V. Heino are located today. They were later reburied at Holten Canadian War Cemetery.


The D-Day Dodgers Foundation shared the newly obtained information with Flip Jonkman, and it was decided that Jimmie Gillis and James Alexander Cameron should also be named at the existing monument, as they were both wounded there on April 12, 1945. As mentioned earlier, Cameron ultimately survived the Second World War, but a newspaper article in a local Canadian paper reveals that he suffered for years from the psychological consequences of what had happened to him in Heino. Trooper James Alexander Morrison also recovered from his injuries and died on October 14, 1986, at the age of 66 in Vancouver, British Columbia. Unfortunately, very little is known about him. Unveiling of the new monument


On April 12, 2026, a second monument was unveiled in the presence of family members of Jimmie Gillis, Jocelyn Gillis and Tarrah MacPherson,  Mayor Rob Zuidema of the Municipality of Raalte, Flip Jonkman, the D-Day Dodgers Foundation, and other interested parties. The names of James Alexander Cameron and James Joseph "Jimmie" Gillis are listed on this monument.

Above you see photos from the headstones of Bridges, Ringer and Syvret at Holten Canadian War Cemetery. Also photos from the visit from Jimmie Gillis' familymembers Pat MacDonald and Tarrah MacPherson in 2025 at Groesbeek Canadian War Cemetery and at the current monument in Heino. The new monument is not placed here.

Read about our journeys in our blogs

This is our Explore Diary
door duda-wsm 29 maart 2026
Corporal George Edmond Patenaude
door Jimmy Hilgen 29 maart 2026
The Highland Light Infantry of Canada and the heavy fighting in Speldrop
door Jimmy Hilgen 29 maart 2026
The bloody battle of Bienen: The North Novas attacking the town.
door Jimmy Hilgen 29 maart 2026
A Blue Bomber who became a paratrooper
door Jimmy Hilgen 5 maart 2026
The Canadian tank hunter.
door Jimmy Hilgen 9 januari 2026
The heroic story of Sergeant Ross Bell, 12th Manitoba Dragoons
door duda-wsm 8 maart 2024
In the long row behind "wait for me, daddy"
door duda-wsm 21 februari 2024
“To whom it may concern” A story about my grandfather
door duda-wsm 14 februari 2024
The Ireland brothers in arms
door duda-wsm 22 januari 2024
History around the corner
Meer posts